

Doe de "laarzen"-oefening hierboven zelf eens over.
Maak twee portretten van een persoon, telkens exact beeldvullend - de kin op de onderrand van het beeldkader, het haar vlak tegen de bovenrand. Zorg er daarbij voor dat de achtergrond achter je ’model’ minstens op 5 m afstand ligt.
Voor de eerste opname stel je je cameralens in op groothoek (Wide) en ga je zo dicht bij je onderwerp staan als nodig is om het hele beeld te vullen met enkel het gezicht
Voor de tweede opname stel je in op Tele en ga je net zo ver achteruit als nodig is om het gezicht van de persoon het hele beeld te laten vullen.
Vergelijk de resultaten: wat is er in de achtergrond van beide foto’s gebeurd?


