U kan op verschillende manieren door een blad navigeren: met het toetsenbord of met de muis.
Om in een klein rekenblad naar een bepaalde cel te gaan is het verplaatsen met de muis vaak eenvoudiger en sneller dan het gebruik van het toetsenbord.
Wil u bijvoorbeeld in cel D10 gegevens invoeren klik dan met de muiswijzer op cel D10.
Zet de muispijl op een bepaalde cel en klik om deze cel te activeren.
De zwarte rand rond de cel duidt er op dat deze cel de actieve cel geworden is.
Via de Horizontale en Verticale Schuifbalken kan u naar andere delen van het schuiven.
Als u op een pijltje klikt of de de muisknop ingedrukt houdt op een pijltje van de schuifbalk, verplaatst het scherm regel per regel in die richting.
Als u de muiswijzer op de verticale schuifbalk zet en u houdt de muisknop ingedrukt tijdens het slepen dan kan u in de schuifinfo zien in welke kolom of rij u zich bevindt. De schuifbalken zijn handig om snel naar een volgend venster te gaan als u daar gegevens wilt invoeren.
De meest gebruikte verplaatsingstoetsen:
| TAB | activeert de cel rechts van de actieve cel |
| SHIFT+TAB | activeert de cel links van de actieve cel |
| ENTER | activeert de cel onder de actieve cel |


