Titels afdrukken
Bij grotere werkbladen is het vaak handig bepaalde rijen (met titels) of kolommen op elke afgedrukte pagina te laten verschijnen.
Kies Opmaak > Afdrukbereiken > Verwijderen om de reeds gedefinieerde afdrukbereiken te verwijderen.
Selecteer het afdrukbereik.
Kies Opmaak > Afdrukbereiken > Definiëren.
Kies Opmaak > Afdrukbereiken > Bewerken.
Selecteer in Rij herhalen rij 1 en klik op OK.

Kies Bestand > Afdrukvoorbeeld.
Boven elke pagina zal nu de inhoud van de eerste rij worden herhaald.
Klik op pictogram Bestand direct afdrukken
.
Selecteer de rijen en kolommen die moeten geprint worden.
Kies Bestand > Afdrukken > Selectie in de functiebalk om een werkbladdocument onmiddellijk te laten printen.
Printen van voor naar achter of andersom
Kies Bestand > Afdrukken > Eigenschappen in het tabblad Indeling.

Kies in de Paginavolgorde > Vooraan beginnen of Achteraan beginnen.
Zwart-wit
Drukt cellen en figuren zwart/wit af. Alles op de voorgrond wat niet helemaal wit is, wordt zwart afgedrukt. Alles op de achtergrond wat niet helemaal zwart is, wordt wit afgedrukt.
Als u de gegevens met kleuren hebt opgemaakt, maar deze afdrukt op een zwart/wit-printer, selecteert u deze optie. Als u een kleurenprinter gebruikt, kunt u sneller afdrukken door deze optie te selecteren.
Kies Bestand > Afdrukken > Eigenschappen en het tabblad Papier/Kwaliteit

Voor een eerste proefdruk kunt u in Instellingen voor kwaliteit de optie Concept kiezen. Het afdrukbereik zal sneller geprint zijn met mindere afdrukkwaliteit.

