In elke cel kan een formule gezet worden. Door een formule in een cel te zetten kan u allerhande berekeningen laten uitvoeren. U kan bijvoorbeeld een reeks getallen laten optellen, vermenigvuldigen, gemiddelde berekenen enz.
Een formule moet altijd beginnen met = (gelijkheidsteken).
Om een berekening te laten uitvoeren kan u in de formule gebruik maken van getalwaarden, celverwijzingen, namen, operators of functies.
In de formulebalk wordt de formule van de actieve cel weergegeven.
De volgende operatoren zijn te gebruiken in formules:
| + | optellen |
| - | aftrekken |
| * | vermenigvuldigen |
| / | delen |
| % | percentageberekening |
| exponentberekening | |
| & | voor de combinatie van tekstwaarden, bv. =“Jan”&”Vermeulen” geeft Jan Vermeulen |
| = | gelijk aan |
| kleiner dan | |
| <= | kleiner dan of gelijk aan |
| > | groter dan |
| >= | groter dan of gelijk aan |
| <> | niet gelijk aan |
| , | unie van verschillende bereiken |
| spatie | overlappende zone van meerdere bereiken |


