In kleine rekenbladen is de muis vaak het handigste werkmiddel om te navigeren. Als u echter met grote rekenbladen werkt is een combinatie van de navigatietoetsen met de muis vaak de snelste manier.
De volgende tabel geeft een lijst weer van de meest gebruikte navigatietoetsen.
Voor een combinatie van toetsen (met +teken) moet u de eerste toets indrukken, deze ingedrukt houden en dan kort de tweede toets indrukken.
| Pijltjestoetsen | Verplaatst de muiswijzer naar boven, onder, links of rechts |
| TAB | Verplaatst de muiswijzer een cel naar rechts |
| SHIFT+TAB | Verplaatst de muiswijzer een cel naar links |
| HOME | Verplaatst de muiswijzer naar de eerste cel van actieve rij |
| CTRL+HOME | Verplaatst de muiswijzer in cel A1 |
| END | Verplaatst de muiswijzer in de laatste kolom die gegevens bevat in de geselecteerde rij. Als er geen gegevens zijn ingegeven wordt de muiswijzer niet verplaatst |
| END+Pijltjestoets | Verplaatst de celwijzer naar de eerstvolgende gevulde cel in de richting van de pijl. Zijn er geen gevulde cellen aanwezig dan springt de celwijzer naar de verste rij of de verste kolom |
| CTRL+END | Verplaatst de muiswijzer naar de verste actieve cel |
| PgUp | Verplaatst de muiswijzer één scherm omhoog |
| PgDn | Verplaatst de muiswijzer één scherm omlaag |
| ALT+PgUp | Verplaatst de muiswijzer één scherm naar links |
| ALT+PgDn | Verplaatst de muiswijzer één scherm naar rechts |
| CTRL+PgUp | Verplaatst de muiswijzer naar vorig werkblad |
| CTRL+PgDn | Verplaatst de muiswijzer naar vorig werkblad |
| CTRL+* | Selecteert het gehele bereik waarin de muiswijzer zich bevindt. Een bereik is een aaneengesloten gebied van cellen die gegevens bevatten |
Leg deze tabel als hulpmiddel naast uw toetsenbord; u zal zien dat u al snel het blad niet meer nodig zult hebben.


