Behalve de veldnaam, het veldtype en de omschrijving kunnen er voor een veld nog andere gegevens ingevoerd worden. Dit zijn de veldeigenschappen.
Om de veldeigenschappen van een veld weer te geven, gaat u als volgt te werk.
Klik met de linkermuisknop op het vakje voor de veldnaam.
Voor de veldnaam van het geselecteerde veld verschijnt een groen driehoekje.
De veldeigenschappen van het geselecteerde veld worden onderaan het scherm getoond.

Bij het invoeren van de verschillende velden in een tabel worden er automatisch veldeigenschappen toegekend. Deze veldeigenschappen kunnen aangepast worden.
Voor de velden uit de tabel Cursussen wil u volgende eigenschappen ingeven.
Het veld ’CursusID’ heeft een maximale lengte van 10 karakters.
Het veld ’Titel’ moet ingevuld worden voor iedere cursus.
Het veld ’Omschrijving’ heeft een maximale lengte van 500 karakters.
Het veld ’Prijs’ heeft 2 decimalen.
U kan deze veldeigenschappen als volgt aanpassen.
Klik met de linkermuisknop op het vakje voor de veldnaam ’CursusID’.
Klik in de cel Lengte.
Tik ’10’ in het gegevensveld Lengte.
Klik met de linkermuisknop op het vakje voor de veldnaam ’Titel’.
Kies ’Ja’ uit de keuzelijst Invoer vereist.
Klik met de linkermuisknop op het vakje voor de veldnaam ’Omschrijving’.
Klik in de cel Lengte.
Tik ’500’ in het gegevensveld Lengte.
Klik met de linkermuisknop op het vakje voor de veldnaam ’Prijs.
Klik in de cel Aantal decimalen.
Tik ’2’ in het gegevensveld Aantal decimalen.


